RSI zit níet tussen de oren. Dit blijkt uit onderzoek van het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, verbonden aan het AMC in Amsterdam, meldt Trouw.
Mensen met pijnlijke armen, handen en schouders zijn volgens de studie mentaal net zo sterk als de gemiddelde Nederlander. Depressies en burn-out komen bij RSI -patiënten niet vaker voor dan bij de doorsnee bevolking.
De studie haalt het vooroordeel onderuit dat RSI bij werknemers vooral tussen de oren zou zitten en daarmee psychisch zwakker zouden zijn. Opmerkelijk is verder dat 75 procent van de patiënten gewoon blijft werken. Het herstel gebeurt thuis, waar het sociale leven vervolgens onder lijdt. Men zou meer tijd moeten nemen voor herstel.
Dat psychosociale factoren een rol spelen bij rsi, heeft niet te maken met de mentale gezondheid, verklaart onderzoeker Judith Sluiter van het Coronel Instituut in Trouw. Ze constateert wel dat mensen met RSI fysiek sterk inleveren.
"Mensen geven aan dat ze door de aandoening gemiddeld 37 procent op de kwaliteit van leven inleveren", concludeert ze uit de meting onder ruim 1100 leden van de RSI -patiëntenvereniging. Velen ervaren beperkingen, zowel op het werk als privé. Meer dan de helft slikt vaak pijnstillers.
Uit recent TNO-onderzoek blijkt dat 15 procent van de werknemers wel eens met klachten aan arm, nek of schouder kampt. Dat kost de samenleving jaarlijks twee miljard euro. Uit de studie van het Coronel Instituut blijkt verder nog dat bij slechts een derde van de werknemers met RSI de werkplek is aangepast. Maar 9 procent heeft langere of meer pauzes of andere werktijden gekregen.
Bron Trouw: 28/02/06